Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!
Je gebruikt een niet-ondersteunde browser. Deze site kan er anders uitzien dan je verwacht.

In de strijd tegen de COVID-19-pandemie vertrouwen miljoenen Europeanen gevoelige persoonsgegevens toe aan corona-apps. In hoeverre mag het recht op gegevensbescherming worden ingeperkt in het kader van een gezondheidscrisis en wat is de rol van de EU in deze kwestie? In haar artikel voor Ars Aequi schrijft Hannah van Kolfschooten dat het recht op gegevensbescherming niet door alle Europese lidstaten op dezelfde manier wordt beschermd in gezondheidscrises. Daarmee lijkt een hoog en gelijkwaardig niveau van gegevensbescherming voor elke Unieburger op scherp te staan.

In crisissituaties – waaronder de coronacrisis – wordt steeds meer gebruik gemaakt van mobiele technologie. Apps verwerken grote hoeveelheden persoonsgegevens van individuen, met gevolgen voor het grondrecht op gegevensbescherming. In deze bijdrage gaat Hannah van Kolfschooten in op de rol van gegevensbescherming in crisisbeheersing en -bestrijding in de EU en bespreekt in hoeverre het recht op gegevensbescherming kan worden ingeperkt in het kader van een gezondheidscrisis.

Mr. H.B. (Hannah) van Kolfschooten LLM

Faculteit der Rechtsgeleerdheid

Staats- en bestuursrecht