Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!
Je gebruikt een niet-ondersteunde browser. Deze site kan er anders uitzien dan je verwacht.

Het gebruik van kunstmatige intelligentie in de zorg neemt toe, wat veelbelovend is voor de kwaliteit van zorg en de toegankelijkheid. Desondanks brengt de inzet van kunstmatige intelligentie ook gevaren met zich mee voor patiënten. In haar artikel ‘Eerste stappen in Europese regulering van artificiële intelligentie: algoritmes en patiëntenrechten’ beschrijft Hannah van Kolfschooten de juridische ontwikkelingen die zich voordoen op het gebied van kunstmatige intelligentie in de gezondheidszorg en de gevolgen daarvan voor patiëntenrechten vanuit een Europeesrechtelijk perspectief.

Naast voordelen als het nauwkeuriger kunnen stellen van diagnoses met behulp van machine learning en het mogelijk maken van consult op afstand, signaleert Van Kolfschooten ook risico’s voor patiëntenrechten en privacy. Het is de vraag of de huidige Europese regelgeving genoeg handvatten biedt om deze risico’s te bezweren. Het nieuwe wetsvoorstel inzake kunstmatige intelligentie van de Europese Commissie brengt de mogelijkheid met zich mee om hier beter op toe te zien. Vooralsnog lijkt het wetsvoorstel vooral geschreven te zijn vanuit het perspectief van de dataverwerkers, en niet de personen die verbonden zijn aan deze data. 

Al met al is het wetsvoorstel een eerste stap in de richting van betere regulering van kunstmatige intelligentie in de zorg. Gezien de opmars van digitalisering in de zorg en de snelle ontwikkelingen op het gebied van kunstmatige intelligentie, zal het zeker niet de laatste zijn.

Dit artikel is verschenen in de vierde aflevering van het Tijdschrift voor Gezondheidsrecht.

Mr. H.B. (Hannah) van Kolfschooten LLM

Faculteit der Rechtsgeleerdheid

Staats- en bestuursrecht